Hoe zou de leraar van God zijn dag door moeten brengen?

Voor de gevorderde leraar van God is deze vraag betekenisloos. Er is geen programma, want de lessen veranderen elke dag. Echter is de leraar van God slechts van één ding zeker: zij veranderen niet willekeurig. Daar hij dit inziet en begrijpt dat het waar is, rust hij tevreden. Hem zal, op deze dag en elke andere dag, alles verteld worden over wat zijn rol zou moeten zijn. En degenen die deze rol met hem delen zullen hem vinden, zodat zij de les van de dag gezamenlijk kunnen leren.

Er ontbreekt niemand die hij nodig heeft; geen wordt heengezonden zonder een reeds bepaald leerdoel en één dat op precies die dag geleerd kan worden. Voor de gevorderde leraar van God is deze vraag dan ook overbodig. Het is gevraagd en beantwoord en hij onderhoudt een constant contact met het Antwoord. Hij is gereed en ziet hoe de weg waarop hij gaat zich zeker en vreedzaam voor hem uitstrekt.

Maar hoe zit het met degenen die zijn zekerheid nog niet hebben bereikt? Zij zijn nog niet klaar voor zo'n gebrek aan structurering van hun eigen aandeel. Wat moeten zij doen om te leren om de dag aan God te geven? Er zijn een aantal algemene regels die van toepassing zijn, alhoewel elkeen deze zo goed mogelijk op zijn eigen wijze dient te gebruiken.

Routines als zodanig zijn gevaarlijk, omdat zij vrij simpel goden op zichzelf worden en de eigenlijke doelen bedreigen waarvoor zij werden opgezet. Wij kunnen dan ook ruwweg stellen dat het goed is om de dag juist te beginnen en het is altijd mogelijk om opnieuw te beginnen, zou de dag met een dwaling beginnen. Toch zijn er duidelijke voordelen in de zin van tijd besparen.

In het begin is het wijs om in termen van tijd te denken. Dit is in de verste verten niet het ultieme criterium, maar in het begin is dit mogelijkerwijze het simpelste te observeren. Het besparen van tijd is een essentiële aanvankelijke klemtoon die, alhoewel die door het leerproces belangrijk blijft, steeds minder benadrukt zal worden. Aanvankelijk kunnen wij veilig stellen dat de tijd die wordt besteedt aan het juist beginnen van de dag inderdaad tijd bespaart.

Hoeveel tijd zou als zodanig doorgebracht moeten worden? Dit is van de leraar van God zelf afhankelijk. Hij kan deze titel niet opeisen voordat hij door het werkboek heen is gegaan, daar wij binnen het framewerk van onze cursus leren. Na het completeren van de meer gestructureerde oefenperioden die het werkboek bevat, worden de individuele behoeften de voornaamste punten van overweging.

Deze cursus is altijd praktisch. Het kan zijn dat de leraar van God zich niet in een situatie bevindt die stille gedachten aanmoedigen wanneer hij wakker wordt. Laat hem, wanneer dit het geval is, zo spoedig mogelijk besluiten om tijd met God door te brengen en dit ook inderdaad doen. De duur is niet het belangrijkste hiervan; men kan gemakkelijk een uur met gesloten stilzitten en niets bereiken.

Men kan net zo gemakkelijk slechts één ogenblik aan God geven en zich in dat ogenblik volledig met Hem verenigen. Misschien is de enige generalisatie die gemaakt kan worden deze: onderneem zo spoedig mogelijk na het ontwaken jouw tijd van stilte en probeer, nadat jij het moeilijk begint te vinden, nog ongeveer twee minuten door te gaan. Jij zult ondervinden dat de moeilijkheid minder zal worden en weg zal vallen. Wanneer dat niet het geval is, is het tijd om te stoppen.

Dezelfde handelswijzen zouden in de avond aangehouden moeten worden. Misschien zou stille jouw tijd redelijk vroeg in de avond moeten zijn, als het niet mogelijk voor jou is om deze net voordat jij gaat slapen te ondernemen. Het is niet aan te raden om ervoor te gaan liggen. Het is beter om te gaan zitten, in welke positie jij ook prefereert. Nu dat jij door het werkboek heengegaan bent zul jij tot enige conclusies in dit respect gekomen zijn.

Hoe dan ook is indien mogelijk net voor het slapen gaan een wenselijke tijd om aan God te wijden. Het plaatst jouw geest in een rustig patroon en oriënteert jou van angst weg. Zorg er op z'n minst voor, als het geschikter is om deze tijd eerder door te brengen, dat jij niet een kortstondig ogenblik vergeet - en niet meer dan een moment zal volstaan - waarin jij jouw ogen sluit en aan God denkt.

Er is één specifieke gedachte die gedurende de dag herinnerd dient te worden. Het is een gedachte van pure vreugde, een gedachte van vrede, een gedachte van onbeperkte bevrijding - onbeperkt omdat erbinnen alles wordt bevrijd. Jij denkt dat jij een plaats van veiligheid voor jezelf hebt gemaakt, Jij denkt dat jij een kracht hebt ontwikkeld die jou kan verlossen van alle beangstigende dingen die jij in dromen ziet.

Dat is niet zo. Jouw veiligheid ligt daar niet. Wat jij opgeeft is louter de illusie van beschermende illusies. En het is dit dat jij vreest, en alleen dit. Hoe dwaas is het om zo bang voor niets te zijn. In het geheel niets! Jouw verdedigingen zullen niet werken, maar jij bent niet in gevaar. Jij hebt geen verdedigingen nodig. Herken dit en zij zullen verdwijnen. En alleen dan zul jij jouw werkelijke beveiliging accepteren.

Hoe simpel en eenvoudig glipt de tijd voorbij voor de leraar van God die Zijn bescherming heeft geaccepteerd. Alles wat hij voorheen in de naam van veiligheid deed interesseert hem niet langer. Want hij is veilig, en weet dat het zo is. Hij heeft een Gids Die niet zal falen. Hij behoeft geen onderscheid tussen de problemen die hij waarneemt te maken, want Degene tot wie hij zich met allen keert herkent geen onderscheid in het oplossen ervan.

Hij is zo veilig in het heden, als hij was voordat er illusies in zijn geest werden geaccepteerd, en zoals hij zal zijn wanneer hij ze heeft laten gaan. Er is op de verschillende tijden en verschillende plaatsen geen verschil in zijn toestand, want zij zijn allen één voor God. Dat is zijn veiligheid. En hij heeft geen behoefte aan iets anders dan dit.

Desalniettemin zullen er verleidingen zijn op de weg die de leraar van God vooralsnog heeft te gaan, en hij heeft het nodig om zichzelf gedurende de dag aan zijn bescherming te herinneren. Hoe kan hij dit doen, in het bijzonder gedurende die tijden dat zijn geest door externe dingen in beslag wordt genomen? Hij kan het slechts proberen en zijn succes is afhankelijk van zijn eigen overtuiging dat hij zal slagen.

Hij dient er zeker van te zijn dat zijn succes niet van hem is, maar hem op elk gegeven moment - in welke plaats ook en in elke omstandigheid dat hij erom vraagt - gegeven zal worden. Er zijn momenten waarop zijn zekerheid zal wankelen en op het moment dat dit gebeurd zal hij terugkeren naar eerdere pogingen om vertrouwen in zichzelf alleen te plaatsen. Vergeet niet dat dit magie is en magie is een armzalig substituut voor waarachtige assistentie. Het is niet goed genoeg voor Gods leraar, omdat het niet goed genoeg voor Gods Zoon is.

Het ontwijken van magie is het ontwijken van verleiding. Want alle verleiding is niets meer dan de poging om een andere wil voor Gods Wil te substitueren. Deze pogingen kunnen inderdaad beangstigend lijken, maar zijn louter bedroevend. Zij kunnen geen gevolgen hebben, noch goed noch slecht, noch belonend noch opoffering eisend, noch helend noch vernietigend, noch rustgevend noch beangstigend.

Wanneer alle magie als louter niets wordt herkend, heeft de leraar van God zijn meest geavanceerde staat bereikt. Alle tussentijdse lessen leiden slechts hiernaartoe en brengen dit doel dichterbij de herkenning ervan. Want magie van enig soort, in al haar vormen, doet simpelweg niets. Haar gebrek aan vermogen is de reden dat zij zo eenvoudig ontsnapt kan worden. Wat geen gevolgen heeft kan nauwelijks angst aanjagen.

Er bestaat geen substituut voor de Wil van God. Simpelweg gesteld is het dit feit waaraan de leraar van God zijn dag weidt. Elk substituut dat hij al dan niet als werkelijk accepteert kan hem slechts misleiden. Maar hij is veilig voor alle verleiding wanner hij als zodanig besluit. Misschien dient hij zich te herinneren: "God is bij mij, ik kan niet verleid worden." Misschien stelt hij de voorkeur aan andere woorden, of slechts één woord, of geen enkel...

Nochtans dient elke verleiding om magie als waar te accepteren met behulp van deze herkenning afgewezen te worden, niet dat het beangstigend is, noch dat het zondig is, of gevaarlijk, maar louter omdat het betekenisloos is. Geworteld in opoffering en scheiding, niet meer dan twee aspecten van één vergissing, kiest hij louter om alles op te geven wat hij nooit bezat. En voor deze 'opoffering' is de Hemel wederom in zijn bewustzijn hersteld.

Is dit geen ruil die jij zou willen? De wereld zou deze ruil gaarne maken, indien zij wist dat hij gemaakt kon worden. Het zijn Gods leraren die dienen te onderwijzen dat het mogelijk is. Dus is het hun functie ervoor te zorgen dat zij het hebben geleerd. Er is gedurende de dag geen risico mogelijk, behalve wanneer jij jouw vertrouwen in magie plaatst, want het is alleen dit wat naar pijn toe leid.

Er is geen wil behalve die van God. Zijn leraren weten dat dit waar is en zij hebben geleerd dat alles behalve dit magie is. Alle geloof in magie wordt onderhouden door slechts één eenvoudige illusie: dat het werkt. Door zijn gehele training heen, iedere dag en elk uur - en zelfs elke minuut en seconde, moeten Gods leraren de vormen van magie leren te herkennen en hun betekenisloosheid waarnemen. Angst is van ze verwijderd en zo verdwijnen zij. Aldus is de Hemelpoort heropend en zijn licht kan opnieuw in een onverstoorde geest schijnen.