De introductie tot het werkboek

Een theoretische fundering zoals de tekst, is noodzakelijk als een achtergrond om deze oefeningen betekenisvol te maken. Toch zijn het de oefeningen die het doel mogelijk maken. Een ongetrainde geest kan niets volbrengen. Het is het doel van deze oefeningen om de geest te trainen te denken volgens de lijnen die deze cursus uiteenzet.

De oefeningen zijn heel eenvoudig. Zij vereisen niet meer dan een paar minuten en het doet er niet toe waar of wanneer jij ze doet. Zij behoeven geen voorbereiding. Zij zijn genummerd en lopen van 1 tot 365. De oefenperiode is één jaar. Onderneem niet meer dan één oefening per dag.

Het doel van deze oefeningen is de geest te trainen naar een andere waarneming van alles in de wereld. Het werkboek is verdeeld in twee gedeelten, de eerste behandelt het ontdoen van de manier waarop jij nu ziet en de tweede met het herstel van zicht. Het wordt aanbevolen dat elke oefening verscheidene keren gedurende de dag wordt herhaald, bij voorkeur iedere keer in een andere plaats en indien mogelijk in elke situatie waarin jij langere tijd doorbrengt. Het doel is om de geest te trainen om de lessen te generaliseren zodat jijzult begrijpen dat elkeen zo toepasbaar is op enige situatie als op elke andere.

Tenzij anders wordt aangegeven, zou de oefening met open ogen geoefend moeten worden, daar het oogmerk is te leren hoe te zien. De enige regel die volgehouden zou moeten worden is om de oefeningen met grote specifiteit te oefenen. Elkeen is van toepassing op elke situatie waarin jij jezelf bevindt en op alles wat jij erin ziet. De oefeningen van elke dag zijn opgezet rond een centraal idee, het oefenen zelf bestaat eruit dat het idee op zoveel mogelijk specifieke dingen als mogelijk wordt toegepast. Wees er zeker van dat jij niet besluit dat er niet bepaalde dingen zijn die jij ziet waarop het idee van vandaag ontoepasbaar is. Het oogmerk van de oefeningen zal altijd zijn om de toepassing van het idee op alles te doen toenemen. Dit zal geen inspanning vergen. Maak alleen zeker dat jij geen uitzonderingen maakt in de toepassing van het idee.

Sommige van de ideeën zul jij moeilijk te geloven vinden en anderen kunnen nogal ontstellend lijken. Dit doet er niet toe. Jou wordt louter gevraagd ze toe te passen op wat jij ziet. Jou wordt niet gevraagd om ze te beoordelen, noch zelfs maar om ze te geloven. Jou wordt alleen gevraagd om ze te gebruiken. Het is ze te gebruiken dat ze betekenis voor jou zal geven en jou tonen dat zij waar zijn.

Onthoud alleen dit; jij hoeft ze niet te geloven, jij hoeft ze niet te accepteren en jij hoeft ze niet te verwelkomen. Tegen sommige van de ideeën zul jij je actief verzetten. Niets hiervan doet ertoe, noch de effectiefheid ervan doen afnemen. Maar sta jezelf niet toe om uitzonderingen te maken in de toepassing van de ideeën die de oefeningen bevatten. Wat jouw reacties op de ideeën ook mogen zijn, gebruik ze. Niets meer dan dat wordt vereist.